Print Friendly, PDF & Email

Algemene voorwaarden

Voor het ter beschikking stellen van uitzendkrachten.

Laatste versie: mei 2018

Download PDF-versie.

Deze Algemene Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van Uitzendkrachten zijn van toepassing op de zakelijke relatie tussen uitzendondernemingen en hun inleners, voor zover daarvan niet rechtsgeldig is afgeweken. Deze Algemene Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van Uitzendkrachten worden op verzoek van de inlener gratis door de uitzendondernemer toegezonden.

Deze Algemene Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van Uitzendkrachten bestaan uit de hierna volgende artikelen 1 tot en met 17. Zij luiden als volgt:

Algemene Voorwaarden voor het ter beschikking stellen van Uitzendkrachten van Re-Intra V.O.F.

Artikel 1. Definities
Artikel 2. Toepasselijkheid van deze voorwaarden
Artikel 3. Het inlenen van uitzendkrachten
Artikel 4. Inhoud van de inleenovereenkomst;
tussentijdse beëindiging en opzegtermijn
Artikel 5. (Uur)beloning en overige vergoedingen
van de uitzendkracht
Artikel 6. Wijze van facturering
Artikel 7. Betalingsvoorwaarden
Artikel 8. Selectie van Uitzendkrachten
Artikel 9. Identificatie en persoonsgegevens
Artikel 10. Bedrijfssluiting
Artikel 11. Klachten
Artikel 12. Aansprakelijkheid
Artikel 13. Zorgverplichting inlener en vrijwaring
jegens de Uitzendonderneming
Artikel 14. Ontbinding
Artikel 15. Aangaan rechtstreekse arbeidsverhouding
door inlener met de uitzendkracht
Artikel 16. Overmacht
Artikel 17. Geschillen

 

Artikel 1. Definities

In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder:

  1. Re-Intra V.O.F.: natuurlijke persoon die in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf aan een inlener op basis van een met deze inlener gesloten inleenovereenkomst uitzendkrachten ter beschikking stelt voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve en onder toezicht en leiding van deze inlener, hierna te noemen uitzendonderneming;
  2. Uitzendkracht: iedere natuurlijke persoon die door tussenkomst van een uitzendonderneming werkzaamheden verricht of gaat verrichten ten behoeve en onder toezicht en leiding van een inlener. NB: waar in deze algemene voorwaarden wordt bedoeld mannelijke en vrouwelijke uitzendkrachten en waar gesproken wordt over hem en/of hij wordt bedoeld hem/haar of hij/zij;
  3. Inlener: iedere natuurlijke of rechtspersoon die zich door tussenkomst van een uitzendonderneming voorziet van uitzendkrachten;
  4. Inleenovereenkomst: de opdrachtovereenkomst tussen een uitzendonderneming en een inlener op basis waarvan een uitzendkracht ten behoeve en onder toezicht en leiding door tussenkomst van die uitzendonderneming werkzaamheden zal verrichten;
  5. Inlenerstarief: het bedrag per uur dat de inlener aan de uitzendonderneming verschuldigd is voor de terbeschikkingstelling van de uitzendkracht;
  6. Uitzendovereenkomst: de arbeidsovereenkomst waarbij de uitzendkracht door de uitzendonderneming in het kader van het beroep of bedrijf van desbetreffende inlener ter beschikking wordt gesteld aan een inlener, om krachtens een door deze met de uitzendonderneming gesloten inleenovereenkomst arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van die inlener;

Artikel 2. Toepasselijkheid van deze voorwaarden

  1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere aanbieding van de uitzendonderneming aan een inlener, en op iedere inleenovereenkomst met een inlener, alsmede op de daaruit voortvloeiende leveringen en diensten van welke aard dan ook, voor zover van deze voorwaarden niet door partijennadrukkelijk schriftelijk is afgeweken.
  2. De inlener met wie eenmaal op deze voorwaarden werd gecontracteerd, wordt geacht stilzwijgend met de toepasselijkheid daarvan op een later met de uitzendonderneming gesloten inleenovereenkomst in te stemmen.
  3. De uitzendonderneming is niet gebonden aan de algemene voorwaarden van de inlener.
  4. Als enige bepaling uit deze voorwaarden nietig is of wordt vernietigd, zullen de overige bepalingen van deze voorwaarden volledig van kracht blijven en zullen partijen in overleg treden teneinde nieuwe bepalingen ter vervanging van de nietige of vernietigde bepalingen overeen te komen, waarbij zoveel mogelijk het doel en de strekking van de nietige of vernietigde bepaling in acht zal worden genomen.

Artikel 3. Het inlenen van uitzendkrachten

  1. De uitzendovereenkomst wordt aangegaan tussen de uitzendkracht en de uitzendonderneming. Tussen de inlener en de uitzendkracht bestaat geen arbeidsovereenkomst.
  2. Bij het ter beschikking stellen van de uitzendkracht door de uitzendonderneming aan de inlener, werkt de uitzendkracht feitelijk onder leiding, toezicht en risico van de inlener. De inlener neemt daarbij dezelfde zorgvuldigheid in acht als formele werkgever geen zicht op de werkplek en de te verrichten werkzaamheden en beschikt dus ook niet over de mogelijkheid ter zake invloed uit te oefenen en/of bijzondere maatregelen te treffen.
  3. De werkzaamheden worden uitgevoerd zoals overeengekomen in de inleenovereenkomst. Als de inlener hiervan af wenst te wijken gedurende de inleenovereenkomst, geschiedt dit uitsluitend na schriftelijke goedkeuring van de uitzendonderneming.

Artikel 4. Inhoud van de inleenovereenkomst; tussentijdse beëindiging en opzegtermijn

  1. In de inleenovereenkomst worden begin- en einddatum van de terbeschikkingstelling en de eventuele opzegtermijn, alsmede het aantal te werken uren en de arbeidsvoorwaarden van de uitzendkracht vastgelegd. Voor zover de duur van de terbeschikkingstelling bij aanvang van de inleenovereenkomst nog niet duidelijk is, wordt in de inleenovereenkomst een zo nauwkeurig mogelijke schatting daarvan vermeld.
  2. De inlener is niet gerechtigd de tewerkstelling van de uitzendkracht tijdelijk op te schorten, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.
  3. Indien is overeengekomen dat de inlener gerechtigd is de tewerkstelling tijdelijk op te schorten met in standhouding van de inleenovereenkomst en hij tijdelijk geen werk heeft of de uitzendkracht tijdelijk niet te werk kan stellen, is de inlener voor de duur van die opschorting het inlenerstarief niet verschuldigd, mits de inlener op verzoek van de uitzendkracht niet te werk kan worden gesteld en de uitzendonderneming jegens de uitzendkracht met succes een beroep kan doen op uitstelling van de loondoorbetalingsverplichting.
  4. Indien de inlener niet gerechtigd is de tewerkstelling tijdelijk op te schorten, maar de inlener tijdelijk geen werk heeft voor de uitzendkracht of de uitzendkracht niet te werk kan stellen, is de inlener gehouden voor de duur van de inleenovereenkomst onverkort aan de uitzendonderneming het inlenerstarief te voldoen over het per periode (week, maand en dergelijke) krachtens inleenovereenkomst laatstelijk geldelijke of gebruikelijke aantal uren en overuren, inclusief eventuele gemaakte reis(tijd)- en verblijfkosten.
  5. In alle gevallen is de inlener, onverminderd de overige verplichtingen van de inlener jegens de uitzendonderneming, tenminste gehouden aan de uitzendonderneming per oproep te betalen het inlenerstarief berekend over drie gewerkte uren en inclusief eventuele reis(tijd)- en verblijfskosten, als de uitzendkracht zich meldt op de afgesproken tijd en plaats voor het verrichten van de uitzendarbeid, maar door de inlener niet in staat wordt gesteld de uitzendarbeid aan te vangen (bijzondere minimale betalingsverplichting).

Artikel 5. (Uur)beloninig en overige vergoedingen van de uitzendkracht

  1. Het loon en de vergoedingen van de uitzendkracht worden vooraf aan de terbeschikkingstelling en zo nodig gedurende de terbeschikkingstelling bepaald en zijn gelijk aan het loon en vergoedingen die worden toegekend aan vergelijkbare functies, in dienst van de inlener (het zogenoemde loonverhoudingsvoorschrift).
  2. Onder het loon en overige vergoedingen vallen de volgende componenten:
    1. Uitsluitend het geldende periodeloon;
    2. toeslagen voor overwerk, verschoven uren onregelmatigheid (waaronder feestdagentoeslag) en ploegendienst;
    3. initiële loonstijging;
    4. Onbelaste kostenvergoedingen: reiskosten en andere kosten noodzakelijk wegens uitoefening van de functie;
  3. Als het loon en/of vergoedingen van de uitzendkracht niet kunnen worden vastgesteld volgens het loonverhoudingsvoorschrift, dan worden ze vastgesteld in overleg tussen uitzendonderneming, uitzendkracht en inlener. Leidraad hierbij zijn het opleidingsniveau en de ervaring van de uitzendkracht en daarnaast de verantwoordelijkheden en benodigde capaciteiten die invulling van de functie met zich meebrengen.
  4. Als de inlener, nadat de uitzendkracht is verschenen op de werkplek, minder dan drie uren gebruik maakt van diens arbeidsaanbod, is de inlener verplicht tot betaling van het inlenerstarief over ten minste drie uren per oproep als:

Artikel 6. Wijze van facturering

  1. De facturen van de uitzendonderneming zijn, tenzij anders afgesproken, mede gebaseerd op de ingevulde en door de inlener voor akkoord bevonden tijdverantwoordingsformulieren.
  2. De inlener is verantwoordelijk voor de juiste, tijdige en volledige invulling en accordering van de tijdverantwoordingsformulieren. De accordering vindt plaats via ondertekening van het tijdverantwoordingsformulier, tenzij anders is overeengekomen.
  3. Bij verschil tussen een bij de uitzendonderneming ingeleverde tijdverantwoordingsformulier en het door de inlener behouden afschrift geldt het bij de uitzendonderneming ingeleverde exemplaar als juist, tenzij de inlener het tegendeel aantoont.
  4. Als de uitzendkracht de gegevens op het tijdverantwoordingsformulier betwist, kan de uitzendonderneming het aantal gewerkte uren en overige kosten factureren volgens de opgave van de uitzendkracht, tenzij de inlener aantoont dat de tijdverantwoordingsformulieren correct zijn.
  5. Als de inlener niet aan het gestelde in lid 2 van dit artikel voldoet, kan de uitzendonderneming besluiten om de inlener te factureren op basis van de bij haar bekende feiten en omstandigheden. De uitzendonderneming gaat hiertoe niet over zolang er geen redelijk overleg daaromtrent met de inlener heeft plaatsgevonden.
  6. De inlener draagt er zorg voor dat de facturen van de uitzendonderneming zonder enige inhouding, korting of verrekening binnen 14 dagen na factuurdatum zijn betaald.
  7. Tariefwijzigingen tengevolge van wet- en regelgeving zoals fiscale en sociale wet- en regelgeving, worden met ingang van het tijdstip van die wijzigingen aan de inlener doorberekend en zijn dienovereenkomstig door de inlener verschuldigd, ook als deze wijzigingen zich voordoen tijdens de duur van een inleenovereenkomst.
  8. Indien het uitzendbureau langs elektronische weg uren registreert en factureert, dienen daarover vooraf duidelijk afspraken te worden gemaakt tussen de inlener, de uitzendonderneming en de uitzendkracht.

Artikel 7. Betalingsvoorwaarden

  1. Uitsluitend rechtstreekse betalingen aan de uitzendonderneming werken voor de inlener bevrijdend.
  2. Rechtstreekse betaling, dan wel verstrekking van voorschotten door de inlener aan de uitzendkracht zijn niet toegestaan, ongeacht de reden waarom of de wijze waarop zulks geschiedt. Dergelijke betalingen en verstrekkingen regarderen de uitzendendonderneming niet en leveren geen grond op voor enige schuldaflossing of verrekening.
  3. Als de inlener een factuur betwist, zal dit binnen acht dagen na verzenddatum van de betreffende factuur schriftelijke door de inlener aan de uitzendonderneming kenbaar worden gemaakt, op straffe van verval van het recht op betwisting. Een betwisting van de factuur schort de betalingsverplichting van de inlener niet op.
  4. Bij niet, niet tijdige of niet volledige betaling door de inlener van enig door hem verschuldigd bedrag, is hij met ingang  van de vervaldatum van de betreffende factuur van rechtswege in verzuim. Vanaf dat moment is de inlener tevens een vertragingsrente van 1% per maand, een gedeelte van een maand voor een hele maand rekende, over het bruto factuurbedrag aan de uitzendonderneming verschuldigd.
  5. Alle kosten, zowel in als buiten rechte, de kosten van rechtskundige bijstand daaronder begrepen, die de uitzendonderneming moet maken ten gevolge van het niet nakomen van de betalingsverplichtingen door de inlener, zijn voor rekening van de inlener. De buitengerechtelijke incassokosten van de uitzendonderneming, te berekenen over het te incasseren bedrag, worden met een minimum van € 500,00 vastgesteld op ten minste 15% van de hoofdsom.

Artikel 8. Selectie van uitzendkrachten

  1. De uitzendkracht wordt door de uitzendonderneming gekozen enerzijds aan de hand van de uitzendonderneming bekende hoedanigheden en kundigheden van de voor uitzending beschikbare uitzendkrachten en anderzijds aan de hand van de door de inlener aan de uitzendonderneming verstrekte inlichtingen betreffende de op te dragen werkzaamheden.
  2. Niet-functierelevante eisen bij het verstekken van inlichtingen betreffende de op te dragen werkzaamheden, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, kunnen niet door de inlener worden gesteld. In ieder geval zullen deze door de uitzendonderneming niet worden gehonoreerd.
  3. De inlener heeft het recht om, als een uitzendkracht niet voldoet aan de door de inlener gestelde eisen, dit binnen 4 uur na de aanvang van de werkzaamheden aan de uitzendonderneming kenbaar te maken. In dat geval is de inlener gehouden de uitzendonderneming minimaal te betalen aan de uitzendkracht verschuldigde beloning en vergoedingen, vermeerderd met het werkgeversaandeel in de sociale lasten en premieheffing.
  4. De uitzendonderneming stelt bij de selectie van de uit te zenden arbeidskrachten diens identiteit vast aan de hand van een origineel identiteitsdocument (zie artikel 9 lid1).

Artikel 9. Identificatie en persoonsgegevens

  1. De inlener stelt bij aanvang van de terbeschikkingstelling van een uitzendkracht diens identiteit vast aan de hand van een origineel identiteitsdocument en neemt een afschrift van dit document op in zijn administratie.
  2. De inlener behandelt de hem in het kader van de terbeschikkingstelling ter kennis gekomen persoonlijke gegevens van uitzendkrachten vertrouwelijk en verwerkt deze in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
  3. De uitzendonderneming is niet aansprakelijk voor boetes of claims die de inlener worden opgelegd omdat hij zijn verplichtingen als in de voorgaande leden bedoeld, niet is nagekomen.

Artikel 10. Bedrijfssluiting

  1. Als er gedurende de terbeschikkingstelling een bedrijfssluiting of verplichte vrije dag plaatsvindt, informeert de inlener de uitzendonderneming hieromtrent bij het aangaan van de inleenovereenkomst, zodat de uitzendonderneming hiermee rekening kan houden bij het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden. Als de inlener dit nalaat is hij gedurende de bedrijfssluiting of verplichte vrije dag, aan de uitzendonderneming verschuldigd het aantal uren zoals overeengekomen in de inleenovereenkomst, vermenigvuldigd met het laatstgeldende inlenerstarief.

Artikel 11. Klachten

  1. De uitzendonderneming zal met de inlener gesloten overeenkomst zorgvuldig en conform de in de branche geldende maatstaven uitvoeren.
  2. Klachten over de wijze waarop de uitzendonderneming de overeenkomst met de inlener uitvoert, zowel voor als tijdens de ter beschikkingstelling van de uitzendkracht, dienen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 24 uur aan de uitzendonderneming te worden gemeld, Indien tijdig en terecht wordt geklaagd, zal de onderneming het nodige doen teneinde alsnog naar behoren na te komen, bijvoorbeeld door (alsnog) een (andere) uitzendkracht ter beschikking te stellen, dan wel de inlener voor de betreffende prestaties te crediteren.
  3. Door het voldoen aan de in lid 2 genoemde verplichting zal de uitzendonderneming jegens de inlener volledig zijn gekweten en niet tot verdere (schadevergoedings-) verplichtingen zijn gehouden.

Artikel 12. Aansprakelijkheid

  1. Behoudens met inachtneming van het in het vorige artikel bepaalde is de uitzendonderneming niet aansprakelijk voor schade die de inlener dan wel een derde mochten lijden als gevolg van de uitvoering van de inleenovereenkomst door de uitzendonderneming, noch op grond van de wet uit hoofde van de inleenovereenkomst.
  2. In het bijzonder is de uitzendonderneming niet aansprakelijk voor schade die het gevolg is van enig handelen en/of nalaten van enige (rechts-) persoon die zij bij de uitvoering van de overeenkomst betrekt, zoals de uitzendkracht.
  3. Eventuele aansprakelijkheid van de uitzendonderneming voor enige directe schade is in ieder geval, per gebeurtenis, beperkt tot 20% van het betreffende gefactureerde dan wel te factureren bedrag met een maximum van 26 weken. Voor indirecte schade, waaronder gevolgschade, is de uitzendonderneming nimmer aansprakelijk.
  4. De inlener is verplicht om zorg te dragen voor een afdoende, totaaldekkende aansprakelijkheidsverzekering voor alle directe en indirecte schade als bedoeld in dit artikel.
  5. De inlener dient de uitzendonderneming te vrijwaren van eventuele vorderingen van de uitzendkracht of derden, tot vergoeding van schade als bedoeld in dit artikel geleden door toedoen van die uitzendkracht of derden.
  6. De in leden 1 en 2 van dit artikel opgenomen beperkingen van aansprakelijkheid komen te vervallen als er sprake is van opzet of grove schuld aan de zijde van de uitzendonderneming en/of diens leidinggevend personeel.
  7. De uitzendonderneming heeft ten allen tijde het recht, indien er voor zover mogelijk eventuele schade van de inlener ongedaan te maken. Hiertoe wordt tevens gerekend het recht van de uitzendonderneming maatregelen te treffen die eventuele schade kan voorkomen dan wel beperken. Zorgverplichting inlener en vrijwaring jegens de uitzendonderneming.

Artikel 13. Zorgverplichting inlener en vrijwaring jegens de uitzendonderneming

  1. De inlener is ervan op de hoogte dat hij volgens de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 7: 658 BW de verplichting heeft om te zorgen voor een veilige werkplek van de uitzendkracht. De inlener verstrekt de uitzendkracht concrete aanwijzingen om te voorkomen dat de uitzendkracht in de uitoefening van diens werkzaamheden schade lijdt. Tevens verstrekt de inlener de uitzendkracht persoonlijke beschermingsmiddelen voor zover noodzakelijk.
  2. Tijdig voordat de terbeschikkingstelling een aanvang neemt, verstrekt de inlener aan de uitzendkracht en uitzendonderneming de noodzakelijke informatie over de verlangde beroepskwalificatie van de uitzendkracht, alsmede de Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E), bevattende de specifieke kenmerken van de in te nemen arbeidsplaats.
  3. De inlener is hier tegenover de uitzendkracht en uitzendonderneming aansprakelijk voor en is dientegevolge gehouden tot vergoeding van de schade die de uitzendkracht in de uitoefening van diens werkzaamheden zou lijden, tenzij de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de uitzendkracht, alles met inachtneming van het bepaalde in artikel 12.
  4. Als de uitzendkracht in de uitoefening van diens werkzaamheden zodanig letsel heeft bekomen dat daarvan de dood het gevolg is, is de inlener overeenkomstig artikel 6: 108 BW jegens de in dat artikel bedoelde personen en jegens de uitzendonderneming gehouden tot vergoeding van de schade aan de bedoelde personen, tenzij de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de uitzendkracht, alles met inachtneming van het bepaalde in artikel 12.
  5. De inlener zal de uitzendonderneming te allen tijde vrijwaren tegen aanspraken, jegens de uitzendonderneming ingesteld wegens het niet nakomen door de inlener van de lid 1 van dit artikel genoemde verplichtingen en verleent de uitzendonderneming de bevoegdheid haar aanspraken ter zake aan de direct belanghebbende(n) te cederen, dan wel mede namens de uitzendonderneming tegen de inlener geldend te maken.
  6. De inlener is verplicht om zorg te dragen voor een afdoende, totaaldekkende aansprakelijkheidsverzekering voor alle directe en indirecte schade als bedoeld in dit artikel.

Artikel 14. Ontbinding

  1. Als de inlener in gebreke blijft aan zijn verplichtingen uit de inleenovereenkomst te voldoen, is de uitzendonderneming –naast hetgeen in de inleenovereenkomst is bepaald- gerechtigd de inleenovereenkomst door middel van een aangetekend schrijven buitengerechtelijk te ontbinden, niet echter dan nadat de inlener schriftelijk in gebreke is gesteld en hem een redelijke termijn is geboden om de tekortkoming te zuiveren. Zo lang het verzuim voortduurt, is de uitzendonderneming gerechtigd de nakoming van haar verplichtingen op te schorten.
  2. Voorts is iedere partij gerechtigd, zonder dat enige aanmaning of ingebrekestelling zal zijn vereist, buiten rechte de inleenovereenkomst door middel van een aangetekend schrijven met onmiddellijke ingang geheel of gedeeltelijk te ontbinden als:
    1. de andere partij (voorlopige) surseance van betaling aanvraagt of hem (voorlopige) surseance van betaling wordt verleend;
    2. de andere partij zijn eigen faillissement aanvraagt of in staat van faillissement wordt verklaard;
    3. de onderneming van de ene partij wordt geliquideerd;
    4. de andere partij zijn huidige onderneming staakt;
    5. buiten toedoen van de ene partij op een aanmerkelijk deel van het vermogen van de andere partij beslag wordt gelegd, dan wel indien de andere partij anderszins niet langer in staat moet worden geacht de verplichtingen uit de inleenovereenkomst na te kunnen komen.
  3. Als de inlener op het moment van de in het vorige lid bedoelde ontbinding reeds prestaties ter uitvoering van de inleenovereenkomst had ontvangen, kan hij de inleenovereenkomst slechts gedeeltelijk ontbinden en wel uitsluitend voor dat gedeelte, dat door of namens de uitzendonderneming nog niet is uitgevoerd.
  4. Bedragen die de uitzendonderneming voor de ontbinding aan de inlener heeft gefactureerd in verband met hetgeen zij reeds ter uitvoering van de inleenovereenkomst heeft gepresenteerd, blijven onverminderd door inlener aan haar verschuldigd en worden op het moment van de ontbinding direct opeisbaar.

Artikel 15. Aangaan rechtstreekse arbeidverhouding door inlener met de uitzendkracht

  1. Als de inlener met een door de uitzendonderneming ter beschikking gestelde of te stellen uitzendkracht rechtstreeks een arbeidsovereenkomst, dan wel een andersoortige arbeidsverhouding wil aangaan, stelt hij de uitzendonderneming daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. Partijen treden vervolgens in overleg om de wens van de inlener te bespreken.
  2. Onder andersoortige arbeidsverhouding als bedoeld in dit artikel wordt onder meer verstaan:
    1. Het aanstellen als ambtenaar
    2. De overeenkomst van opdracht
    3. De aanneming van werk
    4. Het ter beschikking laten stellen van de uitzendkracht aan de inlener door een derde (bijvoorbeeld een andere uitzendonderneming) voor hetzelfde of ander werk.
  3. De inlener gaat niet rechtstreeks een arbeidsovereenkomst met de uitzendkracht aan, als de uitzendkracht de uitzendovereenkomst met de uitzendonderneming niet rechtgeldig heeft beëindigd, onverminderd de overige verplichtingen van de inlener als bedoeld in lid 4 van dit artikel.
  4. Als de inlener een arbeidsovereenkomst, dan wel een andersoortige arbeidsverhouding met de betrokken uitzendkracht aangaat;
    1. binnen een periode van 1.000 uur na aanvang van de inleenovereenkomst door de uitzendkracht te werken uren, dan wel
    2. na voordracht van de door de uitzendonderneming geworven en geselecteerde uitzendkracht, zal hij aan de uitzendonderneming een terstond opeisbare, niet matiging vatbare vergoeding verschuldigd zijn. Deze vergoeding bedraagt 25% van het laatstgeldende inlenerstarief voor de betrokken uitzendkracht, vermenigvuldigd met het aantal van de in de inleenovereenkomst overeengekomen uren, gelegen in de periode vanaf de aanvang van de voornoemde arbeidsverhouding tot het eind van de in de vorige volzin genoemde periode van 1.000 te werken uren.
  5. De inlener (doorlener) die niet zijn eigen personeel uitleent, maar de door hem ingeleende uitzendkracht op zijn beurt weer uitleent aan een ander, de uiteindelijke inlener, is aan de uitzendonderneming (werkgever) de vergoeding verschuldigd zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel mede, als een rechtstreekse arbeidsverhouding wordt aangegaan tussen de uiteindelijke inlener en de uitzendkracht binnen een periode van 1.000 te werken uren na aanvang van de inleenovereenkomst.

Artikel 16. Overmacht

  1. In geval van overmacht van de uitzendonderneming zullen haar verplichtingen uit hoofde van de inleenovereenkomst worden opgeschort, zolang de overmachttoestand voortduurt. Onder overmacht wordt verstaan elke van de wil van de uitzendonderneming onafhankelijke omstandigheid, die nakoming van de inleenovereenkomst blijvend of tijdelijk verhindert.
  2. Zodra zich bij de uitzendonderneming een overmachttoestand voordoet als in lid 1 van dit artikel bedoeld, zal zij daarvan mededeling doen aan de inlener.
  3. Voor zover daaronder niet reeds is begrepen, wordt onder overmacht tevens verstaan: werkstaking, bedrijfsbezetting, blokkades, embargo, overheidsmaatregelen, oorlog, revolutie en/of enig daaraan gelijk te stellen toestand, stroomstoringen, storingen in elektronische communicatielijnen, brand, ontploffing en andere calamiteiten, waterschade, overstroming, aardbeving en andere natuurrampen, alsmede enig tekort aan personeel, bijvoorbeeld als gevolg van ziekte.
  4. Als de overmachttoestand drie maanden heeft geduurd, of zodra vaststaat dat de overmachttoestand langer dan drie maanden zal duren, is ieder der partijen gerechtigd de inleenovereenkomst tussentijds te beëindigen zonder inachtneming van enige opzegtermijn. De inlener is ook na zodanige beëindiging van de inleenovereenkomst gehouden de door hem aan de uitzendonderneming verschuldigde vergoedingen, welke betrekking hebben op de periode vóór de overmachttoestand, aan de uitzendonderneming te betalen.
  5. De uitzendonderneming is tijdens de overmachttoestand niet gehouden tot vergoeding van enigerlei schade van of bij de inlener, noch is zij daartoe gehouden na beëindiging van de inleenovereenkomst als in lid 4 van dit artikel bedoeld.

Artikel 17. Geschillen

  1. Op de inleenovereenkomst en deze voorwaarden is het Nederlands recht van toepassing
  2. Ten aanzien van geschillen tussen partijen die verband houden met de inleenovereenkomst is uitsluitend de Nederlandse rechter bevoegd.
  3. Voor zover de berechting van dergelijke geschillen behoort tot de competentie ener rechtbank, zullen deze uitsluitend worden berecht door de rechtbank binnen het arrondissement waarbinnen de uitzendonderneming is gevestigd.